VERENIGING VAN HAVENMEESTERS IN NEDERLAND
opgericht te Utrecht op 5 februari 1949
S T A T U T E N
Tekst Statuten en Huishoudelijk Reglement, zoals laatstelijk vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering op 1 juni 1994 te Terneuzen.
Artikel 1. Naam en duur
1. De vereniging draagt de naam:
"Vereniging van Havenmeesters in Nederland"
en wordt verder in deze statuten aangeduid de "de vereniging".
2. De vereniging is aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 2. Zetel
De vereniging heeft haar zetel in Amsterdam.
Artikel 3. Doel en middelen
1. De vereniging stelt zich ten doel:
a) het behartigen van de belangen van Nederlandse havens en vaarwegen;
b) het dienen van die belangen der leden, welke samenhangen met - en het bevorderlijk zijn tot - het aan hen, in een leidende functie,
gedelegeerde dagelijkse beheer van onder a) genoemde havens en vaarwegen;
c) het bevorderen van die onderlinge gedachtenwisseling en informatie, welke dienstig kunnen worden geacht aan de verwezenlijking
van de onder a) en b) gestelde doeleinden;
d) het bevorderen van een collegiale verstandhouding tussen de leden.
2. De vereniging tracht dit doel te bereiken langs wettige weg en wel door:
a) het houden van vergaderingen, lezingen, excursies en het verschaffen van voor doelmatig haven- en vaarwegbeheer nuttige informatie;
b) het geven van adviezen en het verstrekken van informatie aan publiekrechtelijke en privaatrechtelijke instellingen, die op enigerlei wijze zijn of
kunnen worden betrokken bij de gang van zaken in en van de Nederlandse havens en vaarwegen;
c) het aanwenden van andere middelen die aan de verwezenlijking van het doel kunnen bijdragen, zoals:
- het ondernemen van studies met betrekking tot haven- en scheepvaartvraagstukken;
- het deelnemen in de in het vakgebied werkzame overlegorganen voor zover het bestuur dit wenselijk acht;
- het uitgeven van een periodiek.
Artikel 4. Leden
1. De vereniging kent: gewone leden, buitengewone leden, geassocieerde leden en ereleden.
2. Gewone leden kunnen zijn:
a) havenmeesters, die als zodanig zijn aangesteld door een publiek- of privaatrechtelijk lichaam;
b) leidinggevende functionarissen bij overheid en/of vergelijkbare privaatrechtelijke lichamen, wier taak hoofdzakelijk gericht is op
maritiem-, nautisch- en milieu-technische beheersaspecten van havens en scheepvaartwegen en wier taak operationeel daarin vervuld wordt.
3. Buitengewone leden kunnen zijn:
a) zij die niet meer in actieve dienst werkzaam zijn.
Bij ontslag uit de dienst wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bij vervroegde vrijwillige uittreding, bij afkeuring, bij functioneel leeftijdsontslag,
bij op wachtgeld stelling, gaat het lidmaatschap over in het buitengewone lidmaatschap;
b) gewone leden die hebben opgehouden te voldoen aan de vereisten bij de Statuten gesteld en waarvan overeenkomstig
artikel 7, lid 1 - sub c - het lidmaatschap namens de vereniging is opgezegd, maar waarvoor op hun verzoek het lidmaatschap is geconverteerd in een buitengewoon lidmaatschap.
4. Geassocieerde leden kunnen zijn:
a) natuurlijke personen door het bestuur van de vereniging aangezocht die een duidelijke affiniteit hebben met de doelstellingen van de VHN en die bereid zij een positieve bijdrage te leveren aan de VHN
en die werkzaam zijn op de in lid 2 sub b. geformuleerde terreinen;
b) zij kunnen na drie jaar geassocieerd lidmaatschap toelating verzoeken tot het gewone lidmaatschap, overeenkomstig artikel 6 lid 1.
5. Ereleden.
Tot erelid kunnen door de Algemene Vergadering, op voorstel van het bestuur of van tenminste vijf gewone leden, worden benoemd diegenen die zich jegens de vereniging bijzonder verdienstelijk hebben gemaakt.
Ereleden zijn vrijgesteld van de verplichting tot het betalen van de contributie.
6. Het bestuur houdt een register bij, waarin de namen en de adressen van alle leden zijn opgenomen.
Artikel 5. Donateurs
Donateurs van de vereniging kunnen worden diegenen, die jaarlijks een bij Huishoudelijk Reglement vast te stellen bedrag ter beschikking van de vereniging stellen.
Artikel 6. Toelating
1. Het bestuur beslist omtrent toelating van leden en donateurs.
2. Bij niet-toelating tot lid of donateur kan de Algemene Vergadering alsnog tot toelating besluiten. Deze uitspraak is niet voor beroep vatbaar.
Artikel 7. Einde van het lidmaatschap
1. Het lidmaatschap eindigt door:
a) de dood van het lid;
b) opzegging van het lid;
c) opzegging namens de vereniging;
Deze kan geschieden wanneer een lid heeft opgehouden aan de vereisten van het lidmaatschap - bij de Statuten gesteld - te voldoen,
wanneer hij zijn verplichtingen jegens de vereniging niet nakomt, alsook wanneer redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
d) door ontzetting;
Deze kan alleen worden uitgesproken wanneer een lid in strijd met de Statuten, reglementen of besluiten van de vereniging handelt, of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
2. Opzegging namens de vereniging geschiedt door het bestuur.
3. Opzegging van het lidmaatschap door het lid of door de vereniging kan slechts geschieden tegen het einde van een verenigingsjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken.
Echter kan het lidmaatschap onmiddellijk worden beëindigd indien van de vereniging of van het lid redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
4. Een opzegging, in strijd met het bepaalde in het vorige lid, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
5. Een lid is niet bevoegd door opzegging van zijn lidmaatschap een besluit, waarbij de verplichtingen van de leden van geldelijke aard zijn verzwaard, te zijnen opzichte uit te sluiten.
6. Ontzetting uit het lidmaatschap geschiedt door het bestuur.
7. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door de vereniging op grond dat redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren
en van een besluit tot ontzetting uit het lidmaatschap staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving van het besluit beroep open op de Algemene Vergadering.
Hij wordt daartoe ten spoedigste schriftelijk van het besluit met opgave van redenen in kennis gesteld.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
8. Wanneer het lidmaatschap van een lid in de loop van een verenigingsjaar eindigt, blijft desniettemin de jaarlijkse bijdrage voor het geheel verschuldigd.
Artikel 8. Jaarlijkse bijdragen
1. De gewone leden, buitengewone leden, geassocieerde leden en de donateurs zijn gehouden tot het betalen van een jaarlijkse bijdrage,
die door de Algemene Vergadering zal worden vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die een verschillende bijdrage te betalen.
2. Het bestuur is bevoegd in bijzonder gevallen gehele of gedeeltelijke ontheffing van de verplichting tot het betalen van een bijdrage te verlenen.
Artikel 9. Bestuur; bestuursfuncties
1. Het bestuur bestaat uit tenminste vijf personen, die door de Algemene Vergadering in de onderscheiden functies worden benoemd.
Daarnaast kan ten hoogste één buitengewoon lid tot bestuurslid worden benoemd.
De voorzitter en secretaris zijn altijd "gewone leden".
2. Het bestuur wijst uit zijn midden voor de onderscheiden functies een vervanger aan.
Een bestuurslid kan meer dan één functie bekleden, met uitzondering van de voorzitter die niet zelf vervangt.
Artikel 10. Einde bestuurslidmaatschap; periodes lidmaatschap; schorsing
1. Elk bestuurslid, ook wanneer hij voor een bepaalde tijd is benoemd, kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden ontslagen of geschorst.
Een schorsing, die niet binnen drie maanden wordt vervolgd door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
2. Elk bestuurslid treedt periodiek af volgens een bij Huishoudelijk Reglement op te maken rooster van aftreding. De aftredende in herkiesbaar.
Wie in een tussentijdse vacature wordt benoemd, neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
3. Het bestuurslidmaatschap eindigt voorts:
a) door het eindigen van het lidmaatschap van de vereniging;
b) door bedanken als bestuurslid.
Artikel 11. Bestuurstaak en vertegenwoordiging
1. Behoudens de beperkingen volgens de Statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Indien het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bestuur bevoegd.
Het bestuur is echter verplicht zo spoedig mogelijk een Algemene Vergadering te beleggen waarin de voorziening in de open plaats of de open plaatsen aan de orde komt.
3. Het bestuur is bevoegd, met behoud van de bestuursverantwoordelijkheid, bepaalde onderdelen van de bestuurstaak te doen uitvoeren door commissies, die door het bestuur worden benoemd.
Het bestuur stelt de taakomschrijving en de bevoegdheden van de commissies en de werkgroepen vast.
4. Het bestuur is, mits met goedkeuring van de Algemene Vergadering, bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen,
het sluiten van overeenkomsten waarbij de vereniging zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterkt maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden beroep worden gedaan.
5. Het bestuur behoeft eveneens goedkeuring van de Algemene Vergadering voor besluiten tot:
I onverminderd het bepaalde onder II, het aangaan van rechtshandelingen die overschrijding van een bij Huishoudelijk Reglement te bepalen bedrag met zich meebrengen;
II a) het huren, verhuren en op andere wijze in gebruik of genot verkrijgen en geven van onroerende goederen;
b) het aangaan van overeenkomsten, waarbij aan de vereniging een krediet wordt verleend;
c) het ter leen verstrekken van gelden, alsmede het ter leen opnemen van gelden, waaronder niet is begrepen het uitzetten van gelden bij banken
of het gebruik maken van een aan de vereniging verleend krediet dat een bij Huishoudelijk Reglement te bepalen bedrag te boven gaat;
d) het aangaan van dadingen;
e) het optreden in rechte, waaronder begrepen het voeren van arbitrale procedures, doch met uitzondering van het nemen van conservatoire maatregelen en van het nemen van die rechtsmaatregelen, die geen uitstel kunnen lijden; en
f) het sluiten en wijzigen van arbeidsovereenkomsten.
Op het ontbreken van deze goedkeuring kan door en tegen derden geen beroep worden gedaan.
6. Onverminderd het in de laatste volzin van lid 4 bepaalde wordt de vereniging in en buiten rechte vertegenwoordigd door de voorzitter en secretaris - of bij hun ontstentenis hun plaatsvervanger - gezamenlijk.
Artikel 12. Besluitvorming in het bestuur
1. Bestuursbesluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen.
2. Bij het staken der stemmen in een vergadering is het oordeel van de voorzitter beslissend.
3. Van het verhandelde in elke vergadering wordt door de secretaris een verslag opgemaakt, dat - na goedkeuring door de daarop volgende vergadering - door de voorzitter en de secretaris wordt ondertekend.
Artikel 13. Jaarverslag en rekening en verantwoording
1. Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de vereniging zodanige aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
3. Het bestuur brengt op een Algemene Vergadering, binnen zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, behoudens verlenging van deze termijn door de Algemene Vergadering,
zijn jaarverslag uit en doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur.
Na verloop van de termijn kan ieder lid deze rekening en verantwoording in rechte van het bestuur vorderen.
4. De Algemene Vergadering benoemt jaarlijks een commissie van tenminste twee leden, die geen deel mogen uitmaken van het bestuur.
De commissie onderzoekt de rekening en verantwoording van het bestuur en brengt aan de Algemene Vergadering verslag van haar bevindingen uit.
5. Vereist het onderzoek van de rekening en verantwoording bijzondere boekhoudkundige kennis, dan kan de commissie van onderzoek zich door een deskundige doen bijstaan.
Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door haar gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de boeken en bescheiden der vereniging te geven.
6. De last van de commissie kan te allen tijde door de Algemene Vergadering worden herroepen, doch slechts door de benoeming van een andere commissie.
7. Het bestuur is verplicht de bescheiden, bedoeld in de leden 2 en 3, tien jaar lang te bewaren.
Artikel 14. Algemene vergadering
1. Aan de Algemene Vergadering komen in de vereniging alle bevoegdheden toe die niet door de wet of de Statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het verenigingsjaar, wordt een Algemene Vergadering - de jaarvergadering - gehouden.
In de jaarvergadering komen onder meer aan de orde:
a) het jaarverslag en de rekening en verantwoording, bedoeld in artikel 13 met het verslag van de aldaar bedoelde commissie;
b) de benoeming van de in artikel 13 genoemde commissie voor het volgende verenigingsjaar;
c) voorziening in eventuele vacatures; en
d) voorstellen van het bestuur of de leden, aangekondigd bij de oproeping voor de vergadering.
3. Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden zo dikwijls het bestuur dit nodig oordeelt.
4. Voorts is het bestuur op schriftelijk verzoek van tenminste een zodanig aantal leden als bevoegd is tot het uitbrengen van één/tiende gedeelte der stemmen
verplicht tot het bijeenroepen van een Algemene Vergadering op een termijn van niet langer dan vier weken.
Indien aan het verzoek binnen veertien dagen geen gevolg wordt gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan
door oproeping overeenkomstig artikel 18 van deze Statuten of bij advertentie in tenminste één landelijk veel gelezen dagblad.
Artikel 15. Toegang en stemrecht
1. Toegang tot de Algemene Vergadering hebben alle leden.
Geen toegang hebben geschorste leden en geschorste bestuursleden.
2. Over toelating van andere dan in lid 1 bedoelde personen beslist de Algemene Vergadering.
3. Geassocieerde leden hebben geen stemrecht.
4. Gewone leden, buitengewone leden en ereleden van de vereniging die niet geschorst zijn, hebben ieder één stem.
5. Een lid kan zijn stem door een schriftelijk daartoe gemachtigd ander lid uitbrengen.
Artikel 16. Voorzitterschap; verslagen
1. De Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur of zijn plaatsvervanger.
Ontbreken de voorzitter en zijn plaatsvervanger, dan treedt één der andere bestuursleden - door de aanwezige bestuursleden aan te wijzen - als voorzitter op.
Wordt ook op deze wijze niet in het voorzitterschap voorzien, dan voorziet de vergadering daarin zelf.
2. Van het verhandelde in elke vergadering worden door de secretaris of een ander door de voorzitter daartoe aangewezen lid een verslag gemaakt,
dat - na goedkeuring door de eerstvolgende Algemene Vergadering - door de voorzitter en de verslaggever wordt ondertekend.
Zij, die een vergadering bijeenroepen, kunnen een notarieel proces-verbaal van het verhandelde doen opmaken.
De inhoud van het verslag of van het proces-verbaal wordt ter kennis van de leden gebracht.
Artikel 17. Besluitvorming van de Algemene Vergadering
1. Het ter Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voorzover gestemd werd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel.
2. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van het in het eerste lid bedoelde oordeel de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats wanneer de meerderheid der vergadering
of - indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde - een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt.
Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
3. Voorzover de Statuten of de wet niet anders bepalen, worden alle besluiten van de Algemene Vergadering genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
5. Indien bij een verkiezing van personen niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, heeft een tweede stemming plaats.
Heeft alsdan weder niemand de volstrekte meerderheid verkregen, dan vinden herstemmingen plaats,
totdat hetzij één persoon de volstrekte meerderheid heeft verkregen, hetzij tussen twee personen is gestemd en de stemmen staken.
Bij gemelde herstemmingen (waaronder niet is begrepen de tweede stemming) wordt telkens gestemd tussen de personen,
op wie bij de voorafgaande stemming is gestemd, evenwel uitgezonderd de persoon op wie bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen is uitgebracht.
Is bij die voorafgaande stemming het geringste aantal stemmen op meer dan één persoon uitgebracht,
dan wordt door loting uitgemaakt op wie van die personen bij de nieuwe stemming geen stemmen meer kunnen worden uitgebracht.
Ingeval bij een stemming tussen twee personen de stemmen staken, beslist het lot wie van beiden is gekozen.
6. Indien de stemmen staken over een voorstel, niet rakende verkiezing van personen, dan is het verworpen.
7. Alle stemmingen, niet handelende over personen, geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden zulks voor de stemming verlangt.
8. Een éénstemming besluit van alle leden, ook al zijn dezen niet in vergadering bijeen, heeft - mits met voorkennis van het bestuur genomen - dezelfde kracht als een besluit van de Algemene Vergadering.
9. Zolang in een Algemene Vergadering alle leden aanwezig of vertegenwoordigd zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen - mits met algemene stemmen -
omtrent alle aan de orde komende onderwerpen, dus mede een voorstel tot Statuten-wijziging of tot ontbinding, ook al heeft geen oproeping plaatsgehad
of is deze niet op de voorgeschreven wijze geschied of is enig ander voorschrift omtrent met oproepen en houden van vergaderingen of een daarmee verband houdende formaliteit niet in acht genomen.
Artikel 18. Bijeenroepen Algemene Vergadering
1. De Algemene Vergaderingen worden bijeengeroepen door het bestuur.
De oproeping geschiedt schriftelijk aan de privé-adressen van de leden volgens het ledenregister, bedoeld in artikel 4.
De termijn voor de oproeping bedraagt tenminste zeven dagen.
2. Bij de oproeping worden de te behandelen onderwerpen vermeld, onverminderd het bepaalde in artikel 19.
Artikel 19. Statuten-wijziging
1. In de Statuten van de vereniging kan geen verandering worden gebracht dan door een besluit van de Algemene Vergadering,
waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de Statuten zal worden voorgesteld.
2. Zij die de oproeping tot de Algemene Vergadering ter behandeling van een voorstel tot Statuten-wijziging hebben gedaan,
moeten tenminste vijf dagen voor de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen,
op een daartoe geschikte plaats voor de leden ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden.
3. Een besluit tot Statuten-wijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd zijn.
Is niet twee/derde van de leden tegenwoordig of vertegenwoordigd, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden,
waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde leden,
kan worden besloten mits met twee/derde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
4. Een Statuten-wijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd.
Artikel 20. Ontbinding
1. De vereniging kan worden ontbonden door een besluit van de Algemene Vergadering.
Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van artikel 19 van deze Statuten is van overeenkomstige toepassing.
2. Het batig saldo na vereffening vervalt aan degenen die ten tijde van het besluit tot ontbinding lid waren. Ieder hunner ontvangt een gelijk deel.
Bij besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven.
Artikel 21. Huishoudelijk Reglement
1. De Algemene Vergadering kan een Huishoudelijk Reglement vaststellen.
2. Het Huishoudelijk Reglement mag niet in strijd zijn met de Wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de Statuten